Van der Heem N.V. 

en aanverwante bedrijven - Den Haag, Utrecht en Sneek

 

Home

Historie

ERRES producten

Professionele apparatuur

Solex

ENAF, Indoheem, etc.

Diverse info

Foto's

Logo's

Links

Oproepen en berichten

Sitemap

Verantwoording

Weeldebelasting

op Radio en TV

23 november 1951 was een sombere dag, met voor 175 medewerkers grote gevolgen, zoals u hieronder kunt lezen. En dat alles door het invoeren van 15% weeldebelasting op radio- en televisietoestellen!

Deze prijsstijging had grote invloed op de verkopen van genoemde toestellen. Gelukkig heeft deze situatie niet zo lang geduurd. 

23 NOVEMBER - een sombere dag

Vrijdag 23 November is een dag geweest, die in de geschiedenis van onze onderneming zeker niet met gulden letters zal worden geschreven. Er was die dag een gedrukte stemming in onze fabriek Maanweg, omdat aan 175 leden van het personeel ontslag uit onze dienst werd aangezegd.

Dit nu is een situatie die wij bij VAN DER HEEM niet gewoon zijn. Als wij de statistiek van de personeelsbezetting bezien, blijkt dat het aantal werknemers van jaar tot jaar is toegenomen. Begin December 1949 waren het er nog 1096, sindsdien is er een verdere stijging geweest tot 1460 man. Dit getal wordt nu met 175 verminderd en daalt dus tot 1285.

Vanzelfsprekend heeft deze kwestie in Den Haag de aandacht getrokken. Dit was onvermijdelijk. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind en als een bedrijf als het onze - het grootste industriebedrijf van Den Haag - personeel ontslaat, wordt daarover gesproken en geschreven.

Om nu te voorkomen dat er allerlei wilde geruchten de wereld in zouden worden gestuurd, hebben wij de dagbladen zelf ingelicht. Wij hebben verklaard wat de redenen van dit ontslag waren. Deze zijn genoegzaam bekend: het onvoldoende doorzetten van de Nederlandse verkoop in radiotoestellen en televisie-ontvangers.

De verhoging van de weeldebelasting is wat radio's betreft ons inziens de voornaamste reden van het teruglopen van de binnenlandse afzet.

Ons kleinste type, de KY513, kost nu f 207,50. Wij kunnen ons nog heel goed herinneren, hoe in 1948 de KY 483 voor f 107,- in de handel kwam. Nu was de KY 483 wel heel wat minder dan de KY 513, maar het feit was er toch, dat men in 1948 voor ruim honderd gulden een ERRES radio kopen kon.

Dat na Korea de prijzen zouden stijgen is begrijpelijk. Echter niet de prijsstijgingen, maar wel de belastingen hebben de grootste schade aangericht. Wat televisie betreft zal de weeldebelasting loodzwaar gaan drukken. Nog erger is, dat de programma's in aantal niet tot het kopen van toestellen noden. Goede gelegenheden om de TV te demonstreren blijven bij voorbeeld door een kortzichtige houding van de K.N.V.B. onbenut.

Gewestelijk Arbeidsbureau, besturen van samenwerkende vakbonden, de Kern en de desbetreffende chefs zijn door de directie van te voren ingelicht. Aan de chefs is door de directie opgedragen aan iedere ontslagene mede te delen dat binnen drie dagen protest tegen het ontslag kon worden aangetekend. Hiervan is door ongeveer 70 personen gebruik gemaakt, voor wien daarna dus door het bedrijf een ontslagvergunning is aangevraagd. Enigen van deze werknemers hebben een protestvergadering belegd in Forum en door het uitreiken van anonieme pamfletten getracht stemming te maken.

Al met al is het een onaangename zaak voor allen. De betrokken werknemers moeten trachten werk te vinden; wij hebben een publiciteit genoten die ons allerminst dierbaar is.

Wij mogen echter wel bedenken, dat deze hele kwestie ontstaan is door omstandigheden buiten onze macht. Het is niet door slechte kwaliteit, onvoldoende sortiment of gebrek aan kooplust, dat onze radioverkoop stagneert, maar door belasting, die sterk in ons nadeel (en dat van vele anderen) werkt. Het is echter ons aller belang dat de werkgelegenheid in stand gehouden wordt. De opvoering van het levenspeil is alleen mogelijk door meer productie tegen lagere prijzen.

Wat kunnen wij dus doen? Zorgen, dat alles wat wij wŔl kunnen be´nvloeden (kwaliteit, kostprijs e.d.) dusdanig is, dat het onze producten, ondanks tegenwind, toch voor de wind gaat.

 

Gelukkig zou de situatie op 1 juli 1952 weer veranderen, zoals onder andere te lezen was in 'het V.D.H.-tje' nr. 324 van 5 juli 1952. Zoals u kunt zien is de hierboven genoemde prijs van f 207,50 voor de KY 513, blijkbaar al eerder naar beneden bijgesteld, nl. f 195,-. 

DE  EERSTE  JULI  1952,  een heugelijke datum

De eerste Juli 1952 is een datum die in de geschiedenis van ons bedrijf wel met gouden letters mag worden geschreven. Die dag immers werd de verlaagde weeldebelasting voor radiotoestellen en televisie-ontvangers van kracht en kon onze verkooporganisatie aan de ERRES-verkopers kennis geven van de aanzienlijk verlaagde prijzen. Volledigheidshalve hebben wij het gehele lijstje maar opgenomen; het blijkt dat de prijzen voor radiotoestellen aanzienlijk, die voor televisie zelfs zeer sterk gedaald zijn.

Hoezeer de prijzen van radio- en televisie-toestellen veranderd zijn blijkt wel uit onderstaande vergelijking. Links de oude prijzen van vˇˇr 1 Juli 1952, rechts de momenteel geldige prijzen:

RADIO KY 513 f  195,- f  160,-
KY 514 f  275,- f  230,-
KY 515 f  320,- f  270,-
KY 516 f  375,- f  318,-
KY 517 f  450,- f  382,-
KY 518 f  495,- f  420,-
TELEVISIE KY 311 U f  975,- f  697,-

Wij leven nu allen in de blijde verwachting, dat na het gloren van de dageraad, de zon in volle glorie zal schijnen en dat de verlamde markt nieuw leven krijgt.

Want het is geen geheim dat na de verhoging van de weeldebelasting de radiohandel niet meer floreerde en dat de verkoop van toestellen alles te wensen overliet. Om dan nog maar te zwijgen van de handel in televisie-ontvangers, zuchtende onder een weeldebelasting van 30%, en daardoor zo hoog in prijs dat de verkoop zeer teleurstelde. Het is met de weeldebelasting nu zo gesteld dat deze op radiotoestellen teruggebracht is van 30% op 15% en voor televisie-toestellen is afgeschaft.

Belasting betalen is altijd een vervelend iets. Het is helaas onvermijdelijk en dus is de taak aan de overheid, die door belastingheffing de staatsuitgaven moet financieren, geen benijdenswaardige. Het mag echter met die belastingheffing nooit zo worden dat het ontaardt in het slachten van de kip met de gouden eieren en die richting ging het bij de radio en televisie onloochenbaar op.

Wij hebben zelf aan den lijve ondervonden hoe door het verschrompelen van de verkoop de werkgelegenheid in onze fabrieken verminderde en wij zelfs gedwongen werden tot maatregelen die ons en de betrokken personen verre van aangenaam was. Wij bedoelen het ontslag van een aantal leden van het personeel in November 1951.

Nu is de verwachting wel niet dat de radiohandelaren midden in de zomer en vacantietijd bestormd zullen worden, maar het komende radioseizoen kan toch met meer enthousiasme worden tegemoet gezien dan het vorige. En wat televisie betreft: hier geldt nu of nooit.

De prijzen zijn nu op een niveau gekomen dat weliswaar nog niet laag is - hetgeen gezien de constructie van een televisie-ontvanger nu eenmaal niet te verwachten is - maar toch in ieder geval binnen het bereik van een veel groter aantal personen ligt dan voorheen.

Als de omroepverenigingen zorgen voor meer programma's en kans zien hun uitzendingen geleidelijk aan op hoger plan te brengen, dan zal de televisie in ons land waarschijnlijk eerst recht op gang komen. Wij hopen dat dit zo zal zijn en dat ook in ons land geschiedt wat in andere landen gebeurde, namelijk dat de productie van televisie-ontvangtoestellen voor radiofabrieken een zeer belangrijke taakuitbreiding betekende. Voor ons klopt dit temeer, omdat wij bij de export van TV-toestellen moeten kunnen steunen op de binnenlandse markt. Dit is een stelregel die wij voor alle door ons vervaardigde producten altijd gehuldigd hebben. Export is pas mogelijk als er voor het betreffende artikel ook een binnenlandse productie is dat als fundament voor de export dienst kan doen. 

Wij onthullen geen geheimen als wij vertellen dat de export van onze producten sinds de bevrijding zeer sterk is toegenomen en op dit moment een der belangrijkste peilers van ons bedrijf vormt. Nu de televisie in enkele Europese landen, Zuid-Amerika en Turkije, realiteit geworden is, doen wij ons best ook daar ons deel van de markt te bemachtigen. 

En daarom juist is een herleving van de Nederlandse televisiehandel zo belangrijk, omdat het ons in staat stelt het zo begeerde binnenlandse fundament voor een eventuele export te leggen. Zo bezien is er dus alle reden tot voldoening. De tijd zal leren of de goede verwachtingen vervuld worden.

De belastingpolitiek van de inmiddels afgetreden Minister P. Lieftinck heeft het wel en wee van de binnenlandse markt sterk be´nvloed. 

 

VDH